Phnom Penh
Tijdens de Vietnamoorlog werden er ook veel gevechten geleverd in Cambodja. De Verenigde Staten bombardeerden het platteland. Hierdoor trokken er veel vluchtelingen naar de stad.
In 1975 was de bevolking opgelopen tot meer dan 2.000.000. Op 17 april, het Cambodjaanse nieuwjaar, viel de stad en werd zij bezet door strijders van de Rode Khmer. De stad werd hierna met harde hand geheel ontruimd. De bewoners werden naar boerderijen op het platteland gestuurd om nieuwe mensen te worden. De Tuol Svay Prey hogeschool werd veranderd in de gevangenis Tuol Sleng (S-21). Deze gevangenis is nu het Tuol Sleng-museum en is net als Choeung Ek, 15 kilometer buiten de stad, een herinnering aan diegenen die vermoord zijn door de Rode Khmer.
Wat Phnom (Phnom betekent heuvel in het Khmer) is een tempel (wat) en ligt op een door mensen gemaakte heuvel van 27 meter hoog in de stad Phnom Penh in Cambodja.
Wat Phnom werd gebouwd in 1373 om vier Boeddhabeelden te huisvesten die volgens de overlevering hier door de Mekong aangespoeld waren en gevonden werden door een vrouw genaamd Penh. Het is voor veel Khmers een zeer heilige plaats. De grond van de tempel bestaat uit meerdere gebouwen, die allemaal een aantal keer vernietigd en opnieuw gebouwd zijn. Op de straat rondom de tempel zijn er veel waarzeggers, gebedsgenezers, bedelaars en heilige mannen.
Achter de tempel zijn stoepa’s waarin de resten van een aantal koningen liggen.
Het Nationaal Museum van Cambodja in Phnom Penh is Cambodja’s grootste museum voor culturele geschiedenis en het belangrijkste historische en archeologische museum van het land.
Het gebouw werd ontworpen door de Fransman George Groslier (1887-1945) en gebouwd tussen 1917 en 1920 in de traditioneleKhmerstijl. In 1920 werd het gebouw ingewijd door koning Sisowat. Het museum bezit veel voorwerpen uit Cambodja’s rijke geschiedenis.
Gelegen bij het Koninklijke Paleis, vind je De Zilveren pagode, ook wel Wat Preah Keo (tempel van de smaragden Boeddha), is een wat (tempel). De pagode werd gebouwd in 1892 en was oorspronkelijk van hout. Koning Norodom van Cambodja werd bij de bouw geïnspireerd door Wat Pra Keaw in Bangkok. Het gebouw werd opnieuw gebouwd in 1962 en werd toen opgetrokken uit beton en marmer. De vloer van de pagode is bedekt met 5000 zilveren tegels die ééeen kilogram per stuk wegen.
Onder de Rode Khmer werden meer dan 60% van alle relikwieën vernietigd. De tempel heeft de heerschappij van de Rode Khmer min of meer intact overleefd. In de tempel zijn een 90 kilogram wegend puur gouden Boeddhabeeld uit 1907 en een marmeren Boeddhabeeld uit Myanmar twee van de belangrijkste overgebleven beelden.
Het Tuol Sleng-museum ook wel het Museum van Volkerenmoord genaamd is gevestigd in het gebouw waar de Rode Khmer zijn gevangenen martelde en vermoordde, Tuol Sleng. In het museum zijn duizenden foto’s van slachtoffers van de Rode Khmer en ook een landkaart van Cambodja gemaakt met de schedels van de slachtoffers. Wat dit museum vaak een extra drukkend gevoel meegeeft is dat het gevestigd is in een gewoon schoolgebouw. Het wordt afgeraden om dit museum met jonge kinderen te bezoeken en ook door volwassen die snel geëmotioneerd zijn. Een bezoek aan dit museum en aan Choeung Ek (Killing Fields) maakt vaak een zeer indringende indruk op mensen.





